De vrucht van de dag is de klacht van de snaar

In dit stuk gebruik ik verschillende elementen die niet mogelijk zijn op het instrument dat zozeer het karakter heeft bepaald van de westerse muziek: de piano. Waar bij de piano alle noten gelijkwaardig en puur klinken, verken ik door het gebruik van ornamenten, polyritmiek en een uitgekiende (Zuid- Indiase) microtonale toonladder, juist het gebied tussen de toetsen in. Doordat de spelers de altviool volgen en omspelen, wil ik polyfonie zoveel mogelijk omzeilen, en bewust een ééndimensionale lijn scheppen om zo de ruimte te creëeren waarin de luisteraar zich kan richten op de details. "Micromusical music" als het ware.