Eentonig?

Omdat de piano een erg handig instrument is voor componisten zijn veel stukken opgebouwd uit heel veel noten. Veel orkestwerken ontstaan eerst in pianoversie en worden vervolgens geinstrumenteerd. Dit lijkt logisch en practisch, maar deze werkwijze heeft naar mijn idee heel sterk het karakter bepaald van westerse klassieke muziek, en beperkt je fantasie tot notengegoochel, een ziekte die bij heel veel hedendaagse componisten voortwoekert ondanks de inspanningen van klankmannen als Varese, Cage en Xenakis.
Door mijn notenmateriaal te beperken tot slechts een enkele toon, was ik genoodzaakt dit stuk op te bouwen uit alleen klankkleur en ritme. Ook de speler wordt richting alle hoeken en gaten van die ene noot geduwd.
Door de ruimtelijke opstelling luisteren de uitvoerders scherp en reageren op elkaar. Het stuk kan bijna uit het hoofd gespeeld worden; je hebt dan de gelegenheid de anderen goed in de gaten te houden en te reageren op signalen en cues.