Alexei Larionov; een Requiem
Ik heb de zee bevaren, haar water betast en haar kracht gemeten.
Ik heb het land gevoeld als steen en modder.
Ik heb het ijs gezien en de lucht geroken.
Ik voelde haar kennis, het water dat sprak.
De grote omgeving.
Het licht dat al wegbleef, de sterke omhulling van de boot.
De zee denkt niet aan ons, de zee heeft ons niet eens in de gaten.
In dit stuk is een deel van het orkest verspreid over de zaal en het balkon. De klanken dwalen door de ruimte. Het idee van een uitvaartdienst, opgedragen aan de bemanning van de onderzeeër Kursk, wordt geleidelijk duidelijk als acteurs tussen het publiek hun respect betuigen, een koor dat door de hele zaal verdeeld zit mee gaat zingen, en de zangsolisten een extatische hymne uitvoeren. De woorden die het zaalpersoneel bij binnenkomst tot je sprak krijgen pas dan hun betekenis.
Reacties publiek